Herijking ouderschap

In het nieuws verschenen de afgelopen dagen verschillende artikelen over de wetten en regels rondom meeroudergezinnen.  De koppen boven de artikelen varieerde van “Eén kind, drie ouders: dat ons gevoel klopt met de wet, daar gaat het om” (NOS, 2016), “Kind moet meer dan twee ouders kunnen hebben” (nu.nl, 2016) tot “Wet weet geen raad met meerouder-gezin, tijd voor ‘herijking’ ouderschap”. (deVolkskrant, 2016) Deze artikelen zijn geschreven naar aanleiding van de publicatie van het rapport “Kind en ouders in de 21e eeuw.” Deze rapportage is geschreven door de staatscommissie Herijking Ouderschap.

In de artikelen wordt niet het hele rapport besproken en ik krijg het idee dat er soms al een mening wordt gegeven voordat alle aanbevelingen zijn gelezen. Hierom heb ik besloten om zelf het rapport te lezen en een samenvatting te schrijven. Lees verder

Vondelingenkamer

Toen ik mijn visiestuk ging schrijven was het een populair onderwerp: vondelingen. Populair… beter gezegd een actueel thema. Dit doordat er in korte tijd meerdere vondelingen en babylijkjes waren gevonden. Gelukkig voor de kinderen, maar helaas voor de actualiteit van mijn stuk kwamen er geen nieuwe berichten meer naar buiten.
In de tussentijd schreef ik mijn stuk, leverde het in, verbeterde het, leverde het nog een keer in en kreeg de punten toegekend. Al die tijd bleef het stil.
Tot vandaag.

Vanmorgen werd bekend dat vorige week een kindje is afgestaan nadat een moeder contact had gelegd met de stichting achter de vondelingenkamers. Dit is de eerste keer dat de moeder na gesprekken niet direct alsnog besloot om haar kind te houden. Hier kan je er meer over lezen.

In de loop van de dag kwam nog een ander stuk naar buiten, dat kan je hier lezen. De titel van dit stuk is iets misleidend, want bij hoe loopt het af met de moeder die haar kind afstond? doet mij denken aan haar lichamelijk en psychische gesteldheid en de reactie van haar omgeving. Het is stuk echter gericht op een groter maatschappelijk thema, namelijk de vraag of haar daad strafbaar is. De meningen zijn hierover verdeeld. Ik volg de discussie zeker op de voet. Wordt dus vervolgt.

Kleine basisscholen moeten dicht (De Telegraaf)

Onderstaand artikel vond ik zojuist in de Telegraaf.
De ondergrens van basisscholen gaat van 23 naar 100 leerlingen. Tenminste, als het advies van de Onderwijsraad wordt gevolgd.

Nu studeer ik pedagogiek en loop ik stage op 2 kleine basisscholen. Nu weet ik de precieze leerlingenaantallen nog niet. (2e week van mijn stage en ik zit thuis met griep) Maar het aantal ligt zeker onder de 100.

Bij de school waar ik op maandag en donderdag ben is het lage leerlingen aantal een bewuste keus. Door het lage aantal kunnen ze een goede ondersteuning bieden aan de leerlingen en indien nodig ook gemakkelijk extra ondersteuning kunnen krijgen. Wat ik in mijn 2 dagen daar heb gezien is dat zowel de leerkracht als de ib-er en zelfs de directeur weet welke leerling wie is en hoe het met de leerling gaat.

Ik vraag mij ten zeerst af of dat op de grotere scholen ook zo is. Of is daar de leerling een van de 30 in de klas, een nummer voor de directeur en kent de ib-er het kind niet zonder indicatie? Dat is wel mijn herinnering uit mijn basisschooltijd. Ik was een van de 50 leerlingen uit de jaargroep, ik zat in groep a of b. En daar hield de kennis van de directeur en de ib-er denk ik wel mee op. Misschien een rede waarom mijn dyslexie pas werd ontdekt toen ik door een verhuizing op een kleine dorpsschool terecht kwam?

Misschien moet de onderwijsraad zich iets minder op cijfers letten en meer kijken naar wat het beste is voor het kind.

En wat de grote scholen betreft. Natuurlijk zijn er ook leerlingen die juist baad hebben bij de grote massa. Maar de keuze van de ouder (en het kind) moet naast de schoolvisie ook naar schoolgrootte kunnen zijn. En dat die keuze wordt gemaakt blijkt wel op mijn stage op maandag en donderdag, want die school staat in Leeuwarden…. toch een best grote stad!
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

Kleine basisscholen moeten dicht

 

DEN HAAG – Basisscholen met minder dan 100 leerlingen moeten de deuren sluiten. Dat adviseert de Onderwijsraad aan het ministerie van Onderwijs. De ondergrens ligt voor scholen in dunbevolkte gebieden nu op 23 leerlingen.

Kleine scholen, die vaak in dunbevolkte gebieden staan zoals bijvoorbeeld de Achterhoek of het noorden van Nederland, hebben vaker een matige tot zwakke kwaliteit. De Onderwijsraad vindt daarom dat het aantal kleine scholen beperkt moet worden. Op dit moment hebben ruim 1300 scholen minder dan 100 leerlingen, 462 van die scholen zijn de laatste in de plaats.
Het advies is donderdagochtend aangeboden aan staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs. Hij noemde het een „zeer ingrijpend” advies, met vergaande gevolgen. „Maar je mag je ogen hier niet voor sluiten. Nu kunnen we er nog wat aan doen, over een paar jaar wordt dat veel lastiger.” Kete Kerverzee, voorzitter van de PO-raad, de koepelorganisatie van het basisonderwijs, gaat nog een stap verder: „Het onderwijs raakt in een vrije val als we nu niks doen.”
De komende jaren wordt een daling van het aantal leerlingen verwacht. Tussen nu en 2020 neemt het aantal scholieren volgens schattingen af met 100.000 kinderen, dat is zo’n 6 procent. Lokaal kan dit percentage zelfs oplopen tot 20 procent, meldt de Onderwijsraad. Kleine scholen zijn echter duur en zetten de onderwijskwaliteit onder druk. Daarom moet het minimumaantal leerlingen verhoogd worden naar 100 scholieren.
Om toch de keuzevrijheid van ouders en kinderen te waarborgen, pleit de raad voor meer regionale samenwerking tussen scholen. Uit concurrentieoogpunt is het nu wettelijk nog vrij lastig voor scholen om samen te werken. Die regels moeten vereenvoudigd worden, vindt het adviesorgaan.
Vanuit christelijke hoek wordt het rapport niet juichend ontvangen. De Besturenraad voor christelijk onderwijs noemt het advies te rigoureus en vreest een kaalslag. Onderwijsvakbond CNV Onderwijs is bang voor „spookdorpjes“: jonge gezinnen trekken weg uit kleine gemeentes als de scholen daar verdwijnen. Politieke partij ChristenUnie pleit ervoor om juist te investeren in de onderwijskwaliteit in de krimpregio’s.

Open dag

Vandaag naar de open dag van de NHL geweest. Het was er vrij druk, maar doordat er direct een folder met plattegrond werd aangeboden had ik de stand van Pedagogiek al snel gevonden.

Waarom Pedagogiek?
Tijdens de PABO kreeg ik problemen met grote groepen/klassen. Als ik voor een grote groep sta voel ik mij niet op mijn gemak. Eigenlijk is dat altijd al zo geweest als ik denk aan het houden van een spreekbeurt op school. Niets voor mij. Al dagen van te voren zo zenuwachtig als wat. En dat gebeurde natuurlijk ook als ik voor de klas stond. Blijkbaar ben ik er (nog) niet overheen gegroeid. 

Al met al kwam het er op neer dat ik de nodige gesprekken met verschillende mensen op school ben aangegaan en hierbij werd mij geadviseerd om eens naar Pedagogiek te kijken. En hoe meer ik erover te horen en te lezen krijg, hoe meer het mij gaat aanspreken.

Maar nu weer terug naar de open dag. Bij de stand aangekomen direct mijn vragen afgevuurd op een van de aanwezige studenten. Wat hoe zijn de roosters, hoe zijn de lessen, hoe zijn de klassen, hoe is het huiswerk en hoeveel boeken gebruik je daadwerkelijk? Gelukkig kon zij mij daar allemaal antwoord op geven. Al was het wel even denken hoe het ook al weer in het tweede jaar was, het bleek dat ze in het laatste (vierde) jaar zat. Dan is het tweede jaar zeker al even geleden!

Maar gelukkig wist ze mijn vragen te beantwoorden. En de antwoorden waren wat ik had verwacht: vrij grote groep tijdens de colleges, 1 keer per week in een kleiner groepje studieloopbaanbegeleiding (SLB). Daarnaast verschillende trainingen, waarbij ook de groep kleiner is. De roosters verschillen per periode. Zo kan het zijn dat je de ene periode maar voor twee dagen op school hoef te komen, en de andere periode over de hele week lessen heb staan. Het huiswerk wordt per les aangegeven en ook pas in de les aangegeven. Dus niet vooraf alles op papier. Maar als je de docenten er naar vroeg, was de kans groot dat je wel een overzicht kon krijgen. Dat is mooi, want dan kan ik op tijd de teksten door gaan lezen! (heb ik wel nodig om alles door te kunnen nemen, langzame studielezer) Over het gebruik van de boeken verschilde de meningen. De ene student had alle boeken gebruikt, de andere had nog niet eens de helft ingekeken. De boeken die sowieso werden gebruikt zijn de algemene pedagogiek boeken, dus die moet ik zeker aanschaffen.

Na het gesprek met de studentes (er mengde zich nog een in het gesprek) heb ik een rondje door de school gelopen en ben ik bij enkele stands aangelopen. Naast de stand van de DUO over de nieuwe langstudeerdersregel, waar nog niet meer over bekend was, ook naar de stand van Leeuwarden Studiestad. Helaas blijkt er in Leeuwarden nog geen overkoepelende organisatie te zijn voor studentenkamers. Wel hadden ze een paar websites voor mij, deze ga ik nog bezoeken.

Na een half uur wachten en rondlopen in het centrale gedeelte van de school liep ik terug naar de stand van Pedagogiek, waar een rondleiding plaats ging vinden. Na een kort gesprek met een van de docenten gingen alle belangstellende naar een collegezaal. Daar werd een korte voorlichting gehouden over de Social Studies, waar Pedagogiek onder valt. Veel extra informatie heb ik hier niet gekregen, maar eventuele vragen konden daar beantwoord worden.

Mijn inschrijving heb ik al een paar weken geleden gedaan, zonder eerst de open dag te bezoeken. Maar deze dag heeft mijn keuze alleen maar versterkt. Afwachten wanneer ik mijn boekenlijst en de andere papieren krijg. Dan kan ik daar mee verder.