Categorie: Patronen (Pagina 1 van 2)

Blogberichten met het label patronen bevatten een patroon dat ik zelf heb ontworpen! Ook nieuwsgierig wat ik zelf heb bedacht? Kijk dan snel naar deze berichten.

Zomer vlaggenlijn haken

De afgelopen weken heb ik regelmatig de zomer in mijn bol. Het is heerlijk weer buiten (tenzij er zomerse buien vallen) en daar kan wat mij betreft ook zomerse decoratie bij. En dat werden deze gezellige boho vlaggen. Het patroon deel ik in dit bericht.

zomer vlaggenlijn met zomerse muis
Zomer vlaggenlijn met zomerse muis

De inspiratie om deze zomer vlaggenlijn te haken

Naast het zomerse weer had ik nog veel meer inspiratie. Uiteraard de zomerse muis waar ik al eerder over schreef. Maar ook op pinterest vond ik de nodige inspiratie. Op het bord Zomers Haken heb ik veel ideeën verzameld. Scan de afbeelding met de pinterest-app of klik op de afbeelding om mijn bord te bekijken.

Daarnaast wilde ik graag een leuke achtergrond maken voor de filmpjes die ik af en toe op mijn youtubekanaal plaats.

Het idee voor een zomer vlaggenlijn om te haken was geboren.

Het materiaal

Voor deze vlaggenlijn gebruikte ik restjes uit mijn voorraad. Ik vond een aantal bollen Stylecraft Special DK in de kleuren white (1001), Sunshine (1114) en Fiesta (1257). De namen alleen al riepen een zomers gevoel op. Zonneschijn en feest, daar passen vlaggetjes zeker bij.

Het patroon

zomer vlaggenlijn haken - studiebolletjes
De zomer vlaggenlijn aan de muur

Het patroon van deze vlaggetjes heb ik gebaseerd op de vlaggentjes die ik voor Koningsdag dit jaar maakte. Deze waren lekker groot en maakte de woningsdag een stukje koninklijker.

Wil je ook een zomer vlaggenlijn haken? Het patroon kan je hieronder vinden. Dit is gratis, maar mocht je mij willen bedanken, dan zou een kopje thee erg fijn zijn.

De zomer vlaggenlijn haken

De vlag

  1. Begin met 3 lossen (telt als 1 hst). Haak 3 halve stokjes in de derde lossen van de naald, haak 2 lossen en keer (=4)
  2. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=5)
  3. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=6)
  4. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=7)
  5. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=8)
  6. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=9)
  7. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=10)
  8. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=11)
  9. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=12)
  10. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=13)
  11. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=14)
  12. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=15)
  13. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=16)
  14. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=17)
  15. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=18)
  16. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=19)
  17. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=20)
  18. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=21)
  19. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=22)
  20. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=23)
  21. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=24)
  22. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=25)
  23. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=26)
  24. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=27)
  25. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=28)
  26. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=29)
  27. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=30)
  28. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=31)
  29. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=32)
  30. Haak 2 hst in de eerste steek, 1 hst in iedere volgende steek, haak 2 losse, keer (=33)

Hecht het werk af

Bolletjes rand

Haak een nieuwe kleur aan op de zijkant van de laatste steek van het vlaggetje. Haak alle vasten in de zijkant van de halve stokjes. Haak op iedere vierde vasten een bolletje.

Bolletje

vlag met bolletjesrand

Haak 4 lossen. Haak een cluster van 3 stokjes in de vierde losse van de naald. (= eerste helft) Haak 4 lossen. Haak een cluster van 3 stokjes in de vierde losse van de naald. (= tweede helft)

Haak een halve vast in de vierde losse (met het cluster) van de eerste helft. Haak een halve vaste op de vast waarop het bolletje is begonnen.

Let op! Bij de punt van het vlaggetje haak je een vast, een bolletje en een vaste in dezelfde steek. Daarna haak je de rand verder. De eerste vaste na de punt telt als eerste van de vier vasten langs de rand. Hierdoor komt het bolletje in dezelfde toer van het vlaggetje als aan de andere rand.

Zomer vlaggenlijn haken

Herhaal het patroon van de vlag en de rand tot het gewenste aantal vlaggen. Met een kleur naar keuze kan je de vlaggen aan elkaar haken. Voor de vlaggenlijn op de foto haakte ik 20 vasten, vervolgens haakte ik in iedere steek van de vlag een vast. Tussen de verschillende vlaggetjes haakte ik 10 vasten.

De afstanden tussen de vlaggen kan je naar eigen inzicht aanpassen. Voor deze zomer vlaggenlijn heb ik een ruime afstand gekozen.

Een paasei hoort erbij – haakpatroon

Fijne Pasen allemaal!

Hier in het dorp was er een oproep om de beren te vervangen door paaseieren. Dus wat doe je dan als haakster? Je haakt op het laatste moment een ei. Maar wat als er geen patroon is te vinden voor wat je in het hoofd hebt? Dan schrijf je zelf een patroon!

Materialen

  • Katoen
  • Bijbehorende haaknaald
  • stopnaald

Het patroon

In dit patroon wordt in heen en weer gaande toeren gehaakt. Iedere toer wordt beëindigd met een keerlosse. Hierna wordt het werk omgekeerd.

Begin met 9 lossen. De laatste lossen telt als keerlosse.

  1. Haak 8 vasten
  2. 2 vasten meerderen, 6 vasten, 2 vasten meerderen (=10 vasten)
  3. 2 vasten meerderen, 8 vasten, 2 vasten meerderen (=12 vasten)
  4. 2 vasten meerderen, 10 vasten, 2 vasten meerderen (=14 vasten)
  5. vaste in iedere steek (=14 vasten)
  6. 2 vasten meerderen, 12 vasten, 2 vasten meerderen (=16 vasten)
  7. vaste in iedere steek (=16 vasten)
  8. 2 vasten meerderen, 14 vasten, 2 vasten meerderen (=18 vasten)
  9. 2 vasten meerderen, 16 vasten, 2 vasten meerderen (=20 vasten)
  10. vaste in iedere steek (=20 vasten)
  11. vaste in iedere steek (=20 vasten)
  12. vaste in iedere steek (=20 vasten)
  13. vaste in iedere steek (=20 vasten)
  14. vaste in iedere steek (=20 vasten)
  15. vaste in iedere steek (=20 vasten)
  16. 2 vasten minderen, 16 vasten, 2 vasten minderen (=18 vasten)
  17. vaste in iedere steek (=18 vasten)
  18. vaste in iedere steek (=18 vasten)
  19. 2 vasten minderen, 14 vasten, 2 vasten minderen (=16 vasten)
  20. vaste in iedere steek (=16 vasten)
  21. vaste in iedere steek (=16 vasten)
  22. 2 vasten minderen, 12 vasten, 2 vasten minderen (=14 vasten)
  23. vaste in iedere steek (=14 vasten)
  24. 2 vasten minderen, 8 vasten, 2 vasten minderen (=12 vasten)
  25. vaste in iedere steek (=12 vasten)
  26. 2 vasten minderen, 8 vasten, 2 vasten minderen (=10 vasten)
  27. vaste in iedere steek (=10 vasten)
  28. 2 vasten minderen, 6 vasten, 2 vasten minderen (=8 vasten)
  29. 2 vasten minderen, 4 vasten, 2 vasten minderen (=6 vasten)
  30. 2 vasten minderen, 2 vasten, 2 vasten minderen (=4 vasten)

Haak een toer vasten rondom het ei voor een enkele ei.

Voor een dubbel ei haak je het patroon twee keer. Het eerste ei hecht je af na toer 30. Het tweede ei hecht je niet af, maar leg je op het eerste ei. Vervolgens haak je een rand vasten door beide lagen. Vul het ei op terwijl je de lagen aan elkaar haakt.

Let er goed op dat de vormen goed op elkaar liggen!

Veel haak plezier

Laat je weten wat je van dit patroon vindt? En mocht je het willen delen, vergeet dan niet om mij als ontwerpster te noemen. Alvast bedankt.

Tombte Pannenlap- Haakpatroon!

In mijn keuken was het nogal kaal op het gebied van kerstversiering. Maar met dit leuke idee kwam daar gelukkig verandering in. Deze Tombte kabouters zijn niet alleen leuk als decoratie, maar met het juiste garen ook nog heel goed te gebruiken als pannenlap.

De oorsprong van het patroon

Het patroon van deze Tombte pannenlap is gebaseerd op een eenvoudig patroon van een ouderwetse pannenlap. Volgens mij hingen er vergelijkbare pannenlappen bij mijn oma in de keuken. Maar natuurlijk niet op deze manier!

Tombte

Tombte is een kabouter wat tijdens de winter je komt helpen op de boerderij of in huis. Wanneer je niet goed zorgt voor ze kunnen ze er juist een potje van maken. Deze legende is volgens mij afkomstig uit de Scandinavische landen en sinds enkele jaren zie je de Tombtes ook steeds meer in Nederland.

Materialen

Je kan deze Tombtes op twee manieren gebruiken: als decoratie en als echte pannenlap. Wanneer je ze al pannenlap wil gebruiken is het verstandig om garen te gebruiken wat tegen hitte kan en je handen ook beschermt tegen hitte. De lappen in het voorbeeld zijn van acryl (Wibra Saskia) en dus alleen te gebruiken als decoratie.

Van je gekozen materiaal heb je rood, wit en huidskleur nodig. Verder heb je nodig een schaar, een stopnaald, een stekenmarkeerder en uiteraard een haaknaald passend bij het garen.

Van dit patroon maakte ik ook een instructiefilmpje.

Van dit patroon haakte ik ook een instructiefilmpje. Mocht je hem hierboven niet vinden, kijk dan op mijn youtube kanaal.

Het patroon

  1. Haak met rood 20 lossen en sluit deze met een halve vaste (hv) tot een cirkel.
  2. Haak 20 vasten (v) in de cirkel, sluit met hv op de eerste v.
  3. Haak 2l en een stokje (st) in de steek met de hv. Haak 6 st in de volgende vasten, 1 l, 7 st. Laat de andere vasten onbewerkt.
  4. Haak 2l, keer het werk, haak st op st van vorige toer, haak 1 st, 1 l en 1 st in de l-lus, haak st op de st van de vorige toer. (=16 st en 1 l)
    5-10. Herhaal toer 4. Wissel naar wit
  5. Herhaal toer 4
  6. Haak 2l en keer werk, 1 st, reliëf stokje voor (rstv) om iedere st tot l-lus, (1 st, 1l, 1 st) in l-lus, rstv om alle st behalve de laaste, 1 st.
  7. Herhaal 11 en 12 tot gewenste lengte.
    14 haak v rondom. Indien gewenst wissel van kleur bij kleurwisseling in lap. Haak 2 v per st.

Neus

Begin met magische ring (mr) in huidskleur.

  1. Haak 6 v in mr.
  2. Haak 2v in elke v (=12 v)
  3. Haak 1 v, 2v in elke v (=18v)
  4. Haak 2 v, 2v in elke v (=24v)

Optioneel: haak toer met 1v in elke v. Herhaal naar wens.
Naai de neus in de punt van de baard.

Afbeelding van twee Tombte pannenlappen aan de keukenlade met de tekst Haak met Studiebolletjes.

Je Tombte pannenlap is klaar. Veel haakplezier!

Studiebolletjes Sinterklaas CAL deel 3

Dit is het laatste deel van de Studiebolletjes Sinterklaas CAL. Deze keer haken we twee delen: een pietenmuts en maken we alles tot een geheel. Tot een geheel? Ja, want deze CAL is een sinterklaas slinger!

Benodigdheden

Ook voor dit deel van de sinterklaasCAL heb ik restjes in alle kleuren gebruikt. Daarnaast gebruikte ik een half bolletje zwart, maar je kan hier iedere kleur naar wens voor gebruiken.

Verder zijn uiteraard een passende haaknaald, een stopnaald en een schaar nodig.

De pietenmuts

De pietenmuts wordt in heen en weergaande toeren gehaakt. Bij iedere toer wordt een keerlosse gehaakt.

Toer 1: 15 losse

Toer 2 – 6: 15 vasten

Wissel van kleur

Toer 7: 4 vasten in de 1e vasten, 13 vasten, 4 vasten in de laatste vaste

Toer 8: 2 vasten in de 1e vaste, 19 vasten, 2 vasten in de laatste vaste

Toer 9-11: vaste in iedere vaste

Toer 12-15: 2 vasten minderen, vaste op alle vasten, 2 vasten minderen aan het einde van de toer

Toer 16: 2 vasten minderen, 5 vasten, 2 vasten minderen (let op: je haakt niet alle steken van de vorige toer)

Toer 17: 2 vasten minderen, 3 vasten, 2 vasten minderen.

Haak rondom de muts een rand van vasten. Pas de kleur aan op het gedeelte waar de rand aan vast komt.

De veer

Haak 10 lossen, laat een lang einde aan weerskanten. Knip vervolgens 18 draadjes van 4 cm. Vouw de draadjes dubbel en knoop ze aan weerskanten van de lossenketting. Raffel de touwtjes zodat de losse draden te zien zijn. Naai de veer met behulp van de lange einden op de pietenmuts. Knip de losse draadjes bij in de vorm van een veer.

De slinger

Ik haakte alle losse sinterklaasfiguren aan elkaar tot een slinger. Het is ook mogelijk om ze aan een lang touw te knopen. Voor het haken gebruikte ik onderstaande patroon.

Toer 1: Haak 50 losse, * bevestig het eerste figuur door een halve vaste op de middelste steek aan de bovenkant, haak 5 vasten terug langs de losse ketting, haak 20 losse, *. Herhaal tussen de ** tot alle figuren zijn bevestigd. Haak vanaf de laatste 5 vasten 45 lossen.

Toer 2: Haak 1 keer losse en keer je slinger. Haak 30 vasten op de losse ketting. Haak 31 losse, keer je werk en haak 30 vasten langs de 30 losse (tot je bij je eerste ketting komt). Haak vasten in iedere losse tot je nog 30 lossen te haken hebt. Haak 31 lossen en haak terug met 30 vasten. Haak 30 vasten tot je bij je beginpunt bent aangekomen. Hecht af.

Je slinger is nu klaar. De gespleten uiteindes maken het mogelijk om de slinger ergers makkelijk aan vast te knopen.


Studiebolletjes SinterklaasCAL deel 2

Vandaag het tweede deel met de Studiebolletjes SinterklaasCAL. Deze keer haken we het symbool van Sinterklaas: Zijn Mijter.

De mijter van Sinterklaas

De mijter van Sinterklaas is een van de symbolen die verwijzen naar de oorsprong van Sinterklaas: de heilig bisschop Nicolaas. Het is een van de belangrijkrijke kenmerken aan sinterklaas voor kinderen. Kijk maar eens wat er gebeurd wanneer je een mijter opzet en langs een groepje kleuters loopt.

Ook voor volwassenen is de mijter herkenbaar. Niet alleen door zijn vorm en het kruis, maar ook door de rode en gele kleur. En dat zijn dan ook de kleuren die we gaan gebruiken in dit deel van de Sinterklaas CAL.

Materiaal voor SinterklaasCAL deel 2

Voor deel 2 van de Sinterklaas CAL is nodig:

  • rood garen
  • geel of goudkleurig garen
  • een passende haaknaald (ik gebruik weer haaknaald 2,5 mm)
  • een stopnaald

Het patroon

Dit patroon bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de mijter. Het tweede deel is het kruis op de mijter. Dit tweede deel is optioneel, want er zijn verschillende manieren om de mijter de versieren. Deze staan bij het tweede patroon beschreven.

De Mijter

De mijter wordt gehaakt in rood garen. Ik gebruikte restjes Phil Coton 3 en Scheepjes Catania.

  1. Haak 15 lossen en 1 keerlosse
  2. – 8. Draai het werk en haak 15 vasten op de lossen, haak 1 keerlosse. Herhaal dit patroon voor 7 toeren.
  3. = toer 8: Haak 2 vasten samen, 11 vasten, 2 vasten samen en 1 keerlosse.
  4. = toer 9: Haak een vast op alle steken en 1 keerlosse
  5. Herhaal toer 8 en 9 tot er 3 steken over zijn, hecht af.

Werk de uiteindes weg met de stopnaald.

Decoratie op de mijter

Traditioneel gezien wordt de mijter versierd met een kruis. Het is mogelijk om een kruis te haken en deze op de mijter te naaien, maar er zijn ook andere mogelijkheden. Met een kettingsteek kan je een kruis op de mijter haken. Ook is het mogelijk om een kruis te borduren met bijvoorbeeld kruissteekjes. Op de foto’s laat ik twee verschillende mogelijkheden zien.

Eerdere patronen

Hier vindt je de eerdere patronen van deze SinterklaasCAL.



« Oudere berichten

© 2024 Studiebolletjes

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑